- will
- n. testament--------n. wil; testament; wilskracht; keuze--------v. willen, hulpwerkwoord voor aangeven van toekomstige tijd--------v. willen; zullen; kunnen; wilskracht tonen; gebieden; beslissenwill1[ wil]I 〈telbaar zelfstandig naamwoord〉1 testament♦voorbeelden:1 his last will (and testament) • zijn laatste wilsbeschikkingII 〈telbaar en niet-telbaar zelfstandig naamwoord〉1 wil ⇒ wilskracht; wens, verlangen♦voorbeelden:1 good/ill will • goede/slechte wila strong/weak will • een sterke/zwakke wilshe has a will of her own • ze heeft een eigen willetjeagainst his will • tegen zijn wil/zinhe did it of his own free will • hij deed het uit vrije wil/uit eigen beweging〈religie〉 Thy will be done • Uw wil geschiede〈spreekwoord〉 where there's a will there's a way • waar een wil is, is een weg¶ at will • naar goeddunken/believenwith a will • vastberaden, enthousiast————————will2I 〈onovergankelijk en overgankelijk werkwoord〉1 willen ⇒ de vaste wil hebben♦voorbeelden:1 God willing • als God het wilwilling and wishing are not the same • willen en wensen zijn tweeII 〈overgankelijk werkwoord〉1 〈juridisch〉(bij testament) vermaken/nalaten2 door wilskracht (af)dwingen ⇒ bevelen, zijn wil opleggen aan♦voorbeelden:2 can you will yourself into contentment? • kan jij jezelf tot tevredenheid dwingen?————————will3〈would〉I 〈onovergankelijk en overgankelijk werkwoord〉1 willen ⇒ wensen, verlangen♦voorbeelden:1 whether she will or no • of ze wil of niettell whatever lies you will • vertel maar zoveel leugens als je wilII 〈hulpwerkwoord〉1 〈wilsuiting; ook emfatisch〉willen ⇒ zullen2 〈gewoonte/herhaling; vaak onvertaald〉plegen ⇒ kunnen3 〈onvoltooid toekomende tijd〉zullen4 〈geschiktheid e.d.〉kunnen ⇒ in staat zijn te5 〈veronderstelling〉zullen6 〈gebod〉zullen ⇒ moeten♦voorbeelden:1 〈emfatisch〉 I said I would do it and I will • ik heb gezegd dat ik het zou doen en ik zal het ook doen〈formeel〉 will you have some more tea? • wilt u nog meer thee?will you hurry up, please? • wil je opschieten, alsjeblieft?shut the door, will you/won't you? • doe de deur dicht, alsjeblieft2 boys will be boys • jongens zijn nu eenmaal jongensaccidents will happen • ongelukken zijn niet te vermijden3 John will leave for Edinburgh tomorrow • Jan vertrekt morgen naar EdinburghI will lend you a hand • ik zal je een handje helpen4 this will do • zo is het genoegthis will get you nowhere • zo kom je nergens5 that will be John • dat zal John wel zijn6 you will do as I say • je zult doen wat ik zegcandidates will produce their certificates • de kandidaten moeten hun getuigschriften overleggen→ wouldwould/
English-Dutch dictionary. 2013.